Antiek
aankopen
Modegevoeligheid
of “to be or not to be”.....
De laatste jaren is “modegevoeligheid” een
belangrijk gegeven in de kunstmarkt.
Steeds meer bedrijven pakken uit
met hun kunstverzameling. In hun
jaarlijkse balansen zijn deze kunstcollecties
opgenomen met een waardestijging
van 150 en 200 %. Het image van
computerbedrijven en banken wordt
dus gekoppeld aan kunst.
Deze
meerwaarde van kunst is recht
evenredig met de marktwaarde
van het bedrijf. Hierdoor moeten
kunstkopers meer uitgeven om
vergelijkbare kunst te verwerven.
Het is dus een kunstmatig opgeblazen
ballon, waar alleen de banken
en de bedrijven beter van worden.
De
samengevoegde veiling
Nog een mode- of verkooptruc. Koop relatief goed in de markt liggende kunstwerken
aan. Veil deze samen met een belangrijke verzameling van een gekende collectioneur.
Ik verzeker u: gegarandeerd kassagerinkel.
Indekken
+ verkopen = kassa-gerinkel
Kunstenaars worden ook kunstmatig
in the picture gezet. Men werkt
als volgt. Eerst worden alle
werken opgekocht van een minder
gekende kunstenaar. Nadien
wordt van deze kunstenaar een (meestal) luxueus boek uitgegeven als zijnde
een gezaghebbende standaardcatalogus de zgn. “catalogue raisonné”.
Hierdoor wordt de belangstelling naar de kunstenaar (kunstmatig) opgewekt.
Door de belangstelling stijgt de verkoopprijs van zijn werk.
Indekken
+ verkopen + VIP = kassa²
Als VIP’s ook nog (toevallige)
bezitters blijken te zijn van
het werk van deze kunstenaar
mag je er zeker van zijn dat
het werk nog meer in waarde
stijgt. Hiermee wordt bewezen dat kunst een puur commercieel product is geworden.
Enkele
voorbeelden
- Voor de jaren 20 was er geen belangstelling
voor de Vroeg-Renaissance schilderkunst. Tot de handelaars zich eerst
goed voorzien hadden van deze schilderijen (zich indekten).
En ze daarna op de markt brachten.
- In de jaren 50 werden het de impressionisten in de belangstelling geplaatst.
- In de jaren 70 kwamen de salonstukken van de 19e eeuw uit de Münchense
en de Düsseldorfse school aan bod.
- In de jaren 90 werden de Amerikaanse pakhuizen volgestouwd met Art Nouveau
meubelen van Gallé en Tiffany lampen. Ze werden zelfs netjes gestockeerd
per jaar van aankoop.
We zien dan telkens
hetzelfde scenario:
- Kunsthandelaars dekken zich
in.
- De publi-trein begint te rollen.
- De werken stijgen in prijs.
- De koper is weer wat armer.
- De handelaar is weer wat rijker.
Beleggen
in kunst? Beleggen in geld?
86 miljoen Euro (3,4 miljard
BEF) voor het schilderij Garçon à la
pipe van Picasso. Vanuit beleggingsstandpunt gezien een zeer slechte investering.
Wie belegt er immers in aandelen als ze hoog staan. Zo iets doe je niet. Er is dus een
andere reden. De koper zal immers
niet meer verwachten dat de waarde
van het schilderij nog zal stijgen.
Is het dan gekocht uit artistiek
standpunt? Neen absoluut niet.
De
ware reden is “zwart
wordt wit”. De meeste landen
laten toe dat je - zo goed als
- ongestraft uw zwart geld kunt
beleggen in kunst, als je uw
verzameling maar nalaat aan een
openbare instelling. Ook is het
in veel landen mogelijk om erfenisrechten
met kunst te betalen. Zo
is iedereen tevreden; enerzijds
de eigenaar
maar vooral Vadertje Staat. Maar dit heeft
nefaste gevolgen voor iedereen
die met kunst begaan is. Europese
musea en kunstkopers krijgen
het alsmaar moeilijker om kunst
tegen een aanvaardbare prijs
te verwerven.
En
aan Amerikaanse kopers worden
daarom schaamteloos
hoge prijzen gevraagd, zelfs
door niet-Amerikaanse kunsthandelaars.
De marktwaarde van het meesterwerk
kan toch niet meer getoetst worden.
Men is er immers zeker van dat
het meesterwerk in een erfenis
terecht komt die later aan de
Staat zal geschonken worden.
(Zie ook speculatie en investeringsfondsen)
|