op te sporen
Röntgenfotografie
Röntgenfoto's kunnen verflagen zichtbaar maken die ooit overschilderd zijn. Voor het maken van een röntgenfoto wordt het schilderij op een negatief gelegd. Röntgenstralen gaan door het schilderij heen, en door het negatief dat eronder ligt. Waar de Röntgenstralen door de materie van het schilderij heen gaan wordt het negatief zwart, waar de stralen niet doorheen gaan wordt het negatief wit.
Zware metalen, zoals lood, loodwit zijn heel dicht van structuur. Röntgenstralen gaan hier niet doorheen en dat resulteert in een witte of lichtere kleur. Hetzelfde geldt voor spijkers, nietjes, ...
Kleurpigmenten met metaalhoudende delen als loodwit, vermiljoen en loodtingeel houden röntgenstraling tegen. Dat geeft witte of lichte vlekken op de röntgenfoto - ook als die verf met het blote oog onzichtbaar is. Andere pigmenten (zoals oker, zwart, ... ) hebben geen of zeer weinig densiteit, zodat ze op een radiografie niet of weinig te zien zijn.
Deze techniek kan inlichtingen verstrekken over de bewaringstoestand, over de drager, maar ook over het maakproces. Ze kan dus gebruikt worden om afwijkingen, die wijzen op latere ingrepen, zichtbaar te maken.
Hoofdinspecteur van de dienst kunstcriminaliteit van de Federale Politie te Brussel
