Bauhaus

Bauhaus    (1919-1933)       Historiek

Bauhaus, de stijl die het meest met het modernisme wordt geassocieerd, ontleent zijn naam aan de Duitse architectuurschool Staatliches Bauhaus Weimar, kortweg het Bauhaus genoemd. De school werd in 1919 in Weimar (Duitsland) door de architect Walter Gropius opgericht. Gropius geloofde sterk in het concept van het Gesamtkunstwerk (het “totaalkunstwerk”, een versmelting van alle kunstvormen).

Hij verzon de naam Bauhaus, een samentrekking van de woorden “bauen” en “Haus”, als symbool voor zijn ideeën. De school was ontstaan door het samengaan van de Sächsische Hochschule für Bildende Kunst en de Sächsische Kunstgewerbeschule in Weimar, en had als doel kunstenaars te trainen in industriële productie.

In de eerste periode werd het Bauhaus sterk beïnvloed door de kunstenaar Johannes ltten die als docent de nadruk legde op “intuïtie en methode” en op ‘subjectieve ervaring en objectieve herkenning”. Itten en Lyonel Feininger (187I-1956) en Gerhard Marcks (1889-198I) waren verantwoordelijk voor de eenjarige basistraining waarin studenten de grondprincipes van vormgeving en kleurentheorie werden bijgebracht.

Docenten van de school werden “meesters” genoemd en studenten “gezellen”. Aan de inleiding werden studenten in verschillende ateliers klaargestoomd voor tenminste één ambacht. Iedereen was echter betrokken bij de Mazdaznan (een zoroastriaanse beweging die innerlijke harmonie nastreefde en die aan meditatie en vegetarisme deed) en hij probeerde spiritualiteit te combineren met kunst en vormgeving. Gropius was het hier niet mee eens. Itten verliet de school in december 1922 en dit was in feite het einde van de expressionistische periode van het Bauhaus.

Zijn opvolgers, Josef Albers en László Moholy-Nagy, kozen een meer industriële aanpak en organiseerden bezoeken van studenten aan fabrieken als onderdeel van het curriculum. Doordat het Bauhaus voornamelijk door de staat werd gesubsidieerd, kreeg de school in Weimar veel kritiek uit politieke hoek. Om de staatssteun te verantwoorden werd in 1923 een grote tentoonstelling gehouden. Hier was werk te zien van het Bauhaus en een ook een aantal ontwerpen van De Stijl, waaronder Rietvelds Rood-blauwe stoel.

Op de tentoonstelling was te zien dat een nieuwe, ronduit moderne grafische vormgeving in opkomst was, met De Stijl en het Russisch constructivisme als inspiratie. De tentoonstelling haalde haar doelstelling niet helemaal want de subsidie aan de school werd gehalveerd toen in Weimar, als eerste Duitse stad, de NSDAP aan de macht kwam. Het radicale en door velen als socialistisch beschouwde karakter van het Bauhaus werd door de plaatselijke autoriteiten niet op prijs gesteld.

In 1925, na allerlei politieke meningsverschillen, werd de school gedwongen van Weimar naar Dessau te verhuizen, een stad die nog geregeerd werd door de politiek veel ontvankelijker sociaal-democraten. Door de verhuizing kreeg de school ook de broodnodige financiële steun uit de VS, waar via het Dawes-plan een lening werd verkregen. De subsidie werd gegeven op voorwaarde dat de school zich gedeeltelijk zelf zou bedruipen door de productie en verkoop van eigen ontwerpen.

Het Staatliches Bauhaus verhuisde in 1926 naar zijn nieuwe onderkomen in Dessau. Het gebouw was ontworpen door Gropius en interieur, meubilair en stoffering door de studenten en docenten. Het ontwerp van de nieuwe school betekende voor het Bauhaus een nieuwe richting: die van het industrieel functionalisme. De school gaf zijn eigen diploma’s uit, “meesters” werden nu “professoren” genoemd en de school verbrak alle banden met de plaatselijke vakverenigingen.

In 1925 werd Bauhaus GmbH opgericht, een naamloze vennootschap, zodat het Bauhaus producten kon verkopen. Herbert Bayer ontwierp een catalogus, maar de verkoop liep niet. Hoewel de producten machinaal geproduceerd leken, waren veel Bauhaus­ producten niet geschikt voor industriële productie. Toen de verschillende licenties met externe producenten niet de gewenste opbrengst hadden, diende Gropius zijn ontslag in en droeg de leiding over aan Hans Meyer.

Tijdens Meyers korte directeurschap van 1928 tot 1930, had de school commercieel meer succes. Hij gaf licenties aan producenten en maakte de Bauhausstijl toegankelijk voor een groter publiek. Maar Meyers marxistische principes waren niet populair. Hij probeerde het Bauhaus te politiseren en introduceerde colleges over economie, psychologie en marxisme, en benaderde vormgeving op een wetenschappelijkere manier. Om producten te kunnen maken die voor de arbeidende klassen praktisch en betaalbaar waren, moest vorm, volgens Meyer, een afgeleide zijn van functionaliteit en kosten. In 1930 werd Ludwig Mies van der Rohe overgehaald om directeur te worden.

Omdat hij de school moest depolitiseren gaf hij op 9 september 1930 opdracht de school met onmiddellijke ingang te sluiten. Alle studenten moesten zich opnieuw inschrijven voor de heropening het volgende semester. Tijdens de sluiting was men een nieuw curriculum overeengekomen. De oorspronkelijke inleiding werd niet verplicht gesteld en de studie van architectuur kreeg primaire status.

Toegepaste kunst mocht blijven op voorwaarde dat alleen producten mochten worden ontworpen die industrieel geproduceerd konden worden. Maar de politieke situatie bleef instabiel en het duurde niet lang of de nationaalsocialisten namen de macht over in Dessau en dwongen de school binnen het jaar tot sluiting.

Bauhaus ging in Berlijn verder als privé-school, maar ook die stad viel al spoedig in handen van de nationaalsocialisten. De Gestapo viel de school binnen en verzegelde het gebouw terwijl er naar communistische literatuur gezocht werd. De school ging nooit meer open. Op 19 juli 1933 kwamen de professoren bijeen en stemden voor het ontbinden van het Bauhaus. Velen verhuisden naar de VS, vaak via Engeland.

In 1937 stichtte Moholy-Nagy het New Bauhaus in Chicago, maar hij had niet veel succes. Gropius werd professor in de architectuur op Harvard (1937-1952) en in 1938 werd een grote retrospectieve tentoonstelling van het werk van Bauhaus gehouden in het Museum of Modern Art (MoMA) in New York, waar een nieuw Amerikaans publiek kennismaakte met het Bauhaus. Het Bauhaus bestond maar veertien jaar en had in die jaren slechts 1250 studenten. Ondanks deze korte periode heeft het progressieve en experimentele curriculum en het vernieuwende trainingsprogramma een enorme invloed op de vormgeving gehad, en die heeft het ook nu nog.

Belangrijkste kenmerken

  • Functionaliteit in plaats van versiering
  • Gebruik van staal en cement in gebouwen
  • Asymmetrie en regelmaat versus symmetrie
  • Vorm volgt functie
  • Overtuiging dat de kunsten baat hadden van de combinatie arnbachtelijkheid en techniek
  • Een gepolitiseerde beweging die een radicale en volgens velen socialistische visie had
  • Progressief, experimenteel programma en innovatieve doceermethodes

Trendsetters en actoren

  • Walter Gropius (1883-1969), Eerste directeur van het Bauhaus (1919-1928), Bauhausarchitect, Dessau
  • Marcel Breuer (1902-1971), Student aan het Bauhaus, Weimar, docent van het Bauhaus, Dessau
  • Ludwig Mies van der Rohe (1886-1969), Directeur van het Bauhaus (1928-1930)
  • Hannes Meyer (1889-1954), Directeur van het Bauhaus (1930-1933)
  • László Moholy-Nagy (1895-1946), Fotograaf, kunstenaar, grafisch ontwerper, docent van de Bauhausbasiscursus (1923-1928)
  • Marianne Brandt (1893-1983), Mocht als een van de weinige vrouwelijke Bauhausleden in de metaalwerkplaatsen komen
  • Oskar Schlemmer (1888-1943), Regisseur, Bauhausmeester in de beeldhouwkunst (1923-1929)
  • Mart Stam ( 1899 -1986), Gastdocent van het Bauhaus

Reageren is niet mogelijk