Deutscher Werkbund

Deutscher Werkbund    (1907-1934)      Historiek

De Deutscher Werkbund werd opgericht in 1907 met als doel de kloof tussen industrie en design te dichten. De beweging probeerde de natuurlijke vormen van de Jugendstil te vervangen door een formelere functionele en utilitaristische ontwerptaal. De groep propageerde echter niet een terugkeer naar de ambachtelijkheid van de arts-and-craftsbeweging, maar was van mening dat vormgeving een mooie en esthetische functie kon vervullen als antwoord op het idee dat de industrialisatie van Duitsland een bedreiging voor de nationale cultuur vormde.

De groep werd opgericht door twaalf ontwerpers, onder wie Richard Riemerschmid, Bruno Paul, Josef Maria Olbrich en Peter Behrens, twaalf fabrikanten en door organisaties als de Wiener Werkstätte en de Vereinigte Werkstätten für Kunst im Handwerk. In het eerste jaar waren meer dan vijfhonderd mensen lid geworden van de Deutscher Werkbund en op het hoogtepunt telde de groep meer dan drieduizend leden.

De Deutscher Werkbund hield ook tentoonstellingen om zijn ideeën te verspreiden. In 1914 werd een grote expositie in Keulen georganiseerd. Hier werden onder andere Walter Gropius maquette voor een fabriek van staal en glas, Henry van de Veldes Werkbundtheater en Bruno Tauts paviljoen van glas en baksteen getoond.

In 1927 organiseerde de Werkbund een tentoonstelling in Stuttgart over huisvesting, onder de titel Die Wohnung, waar veel publiciteit aan werd gegeven. Er was een hele woonwijk te zien, Weissenhof Siedlung, waar het interieur bestond uit stalen buis meubels die de architectuurdirecteur van de tentoonstelling, Ludwig Mies van der Rohe, samen met Marcel Breuer en Le Corbusier had ontworpen. Andere deelnemers aan het project waren Peter Behrens, Walter Gropius en Adolf Loos.

Vanaf 1912-1920 publiceerde de Werkbund zijn eigen jaarboek met artikelen, ontwerptekeningen en met adresgegevens van de leden om samenwerking te bevorderen.

De groep publiceerde ook een tijdschrift, Die Form (1925-1934). Maar ondanks serieuze pogingen om kunstnijverheid en industrie met elkaar te verzoenen, leidde een conflict binnen de groep, tussen Henry van de Velde en Hermann Murhesius, bijna tot zijn opheffing. Murhesius’ mening dat versiering geen artistiek bestaansrecht heeft en dat bruikbaarheid de basis is van hedendaagse culturele waarden, viel niet goed bij Van der Velde, die pleitte voor een grotere artistieke vrijheid.

De discussie tussen de twee begon met Muthesius’ beginselverklaring van tien punten die zich centreerde rond het idee dat bepaalde producten steeds efficiënter moesten worden, maar dit werd onmiddellijk aangevochten door Van de Velde die individuele artistieke inspiratie belangrijk vond. Deze discussie over standaardisatie versus individualisme die bekend werd als de Werkbundstreit bleef bestaan, maar al spoedig bleek dat industriële productie en standaardisatie de enige oplossing was voor de opbouw van het land na de verwoestende Tweede Wereldoorlog.

Omdat het nazi-regime steeds meer ageerde tegen het modernisme werd de Werkbund in 1934 ontbonden.

Belangrijkste kenmerken

  • Eenvoudige, onversierde oppervlaktes
  • Functionele omwerpen
  • Geloofden in morele en esthetische rol van de vormgeving
  • In de beweging vond een splitsing plaats: standardisatie versus individualisme

Trendsetters en actoren

Reageren is niet mogelijk