Memphis

Memphis    (1981-1988)          Historiek

Memphis was het Milanese collectief van meubelen productontwerpers dat de designwereld begin jaren ‘80 domineerde. De groep debuteerde in 1981 op de meubelbeurs van Milaan onder leiding van Ettore Sottsass. Hun felgekleurde plastic plaatmateriaal dat rijk versierd was met kitscherige geometrische vormen en luipaardvelpatronen bracht een schok teweeg bij collega-ontwerpers.

Een van de doelstellingen van de groep was de experimentele benadering, waar Ettore Sottsass en De Lucchi als lid van de Italiaanse radicale designgroep Studio Alchimia eind jaren ‘70 al mee waren begonnen, verder te ontwikkelen.

Op II december 1980 had Sottsass een aantal bevriende ontwerpers thuis uitgenodigd om een nieuwe benadering van design te bespreken. Miehele de Lucchi, Aldo Cibic, Matteo Thun, Marco Zanini en Martine Bedin waren daarbij aanwezig. Toen de plaat van Bob Dylan die ze op hadden staan, tijdens het nummer Stuck Inside of Mobile bleef hangen op de woorden “with the Memphis blues again” besloot de groep zich Memphis te noemen.

Toen de groep in februari weer bijeenkwam, nu met Nathalie du Pasquier en erbij, hadden ze meer dan honderd kleurrijke, gewaagde ontwerpen bij zich met invloeden uit heden en verleden. Spoedig daarna probeerden ze fabrikanten te vinden die bereid waren hun ontwerpen in batch te produceren en gingen ze promotiemateriaal maken. Ernesto Gismondi werd de voorzitter van Memphis en op 18 september 1981 presenteerde de groep zijn eerste collectie in galerie Arc ‘74 in Milaan. De collectie bestond uit meubels, verlichting, klokken en keramiek die waren ontworpen door een groot aantal internationale architecten en vormgevers.

Memphis was binnen de designwereld geliefd en gehaat. Buitenstaanders vonden dat de stroming perfect paste bij de populaire postpunkcultuur van begin jaren ’80: “een duidelijk gedefinieerde manifestatie van de vaak obscure postmodernistische theorieën”, die toen zo invloedrijk was in kunst en architectuur.

Klassieke Memphisontwerpen zijn onder andere de kast Beverly (1981) en Sottsass” gele, met ‘slangenhuid” gelamineerde deuren, hoekige schildpadboekenplanken en rode gloeilamp; de rode bekleding en felgele poten van Sowdens Oberoi-stoelen (1981) en Martine Bedins lamp Super met zijn eigenwijze collectie veelkleurige gloeilampen.

In tegenstelling tot wat werd gezien als de zielloze “goede smaak” die in het modernistisch design was gaan overheersen, werd het nieuwe postmoderne taalgebruik van Memphis breed uitgemeten op de voorpagina’s van tijdschriften over de hele wereld.

De groep publiceerde ook een boek, Memphis: de nieuwe internationale stijl, om zijn werk te promoten en hield tentoonstellingen in Londen, Edinburgh, Parijs, Montréal, Stockholm, Genève, Hannover, Chicago, Düsseldorf, Los Angeles, New York en Tokyo die georganiseerd werden door Barbara Radice, van 1981-1988 de artdirector van de groep.

Niemand had ooit de pretentie dat Memphis lang zou blijven bestaan. In 1988, toen zijn populariteit afnam, ontbond Sottsass de groep.

Maar ondanks zijn korte bestaan speelde Memphis een centrale rol in het internationaliseren van het postmodernisme en veel exponenten proberen ook nu nog de grenzen van design te verleggen.

Belangrijkste kenmerken

  • Felle kleuren
  • Kitscherige styling
  • Krachtige, geometrische vormen
  • Milanees collectief van meubelen productontwerpers wier werk de designwereld begin jaren ‘80 domineerde
  • Kleurrijke, krachtige ontwerpen met invloeden uit heden en verleden
  • Duidelijk gedefinieerde manifestatie van de vaak obscure postmodernistische theorieën

Trendsetters en actoren

 

Reageren is niet mogelijk