Beeldhouwkunst

Kunsttak waar het meest vervalst wordt

Dit is waarschijnlijk één van de kunsttakken waar het meest vervalst wordt. Hier zijn verschillende redenen voor. Ten eerste moeten we een onderscheid maken tussen meer recente beeldhouwwerken en beelden uit de Oudheid of etnische kunst uit Afrika, Cambodja, …

Voor wat betreft deze laatste categorie, spelen vervalsers in op het feit dat een groot deel van deze werken zelfs al zijn ze authentiek, in ieder geval illegaal op de kunstmarkt komen, omdat ze geroofd worden in het land van herkomst van archeologische sites en via verschillende smokkelroutes uiteindelijk op onze Westerse kunstmarkt komen.

Dat bevordert natuurlijk niet de zin van potentiële kopers om veel indringende vragen te stellen naar de herkomst ervan. Bovendien gaat het (zeker bij etnografische kunst) bijna altijd om anonieme kunstenaars en bestaan er geen duidelijke overzichten van alle beschikbare werken.

UNESCO-verdrag van 1970

Zo heeft onze sectie kunstcriminaliteit een aantal jaren geleden een dertigtal NOK-beelden in beslag genomen bij een handelaar. In tegenstelling tot bepaalde andere Westerse landen, die het UNESCO-verdrag van 1970 in verband met de strijd tegen de illegale export van cultuurgoederen wel ondertekend en geratificeerd hebben, is de verkoop van kunstwerken uit de oude Nigeriaanse NOK-cultuur niet verboden in België.

Wat echter wel verboden is, is de verkoop van niet-authentieke stukken en daar is de handelaar tegen de lamp gelopen. Deze beelden worden in grote aantallen in Afrika zelf gemaakt dor het vermalen van fragmenten van authentieke stukken om ze dan opnieuw te construeren tot een nieuw beeld. Het voordeel van deze methode is, dat de TL-test omzeild wordt, vermits het gebruikte materiaal de gewenste ouderdom heeft .

Uit het onderzoek is uiteindelijk gebleken dat het grootste deel van die beelden in België te koop aangeboden werden door een Fransman, die ze niet kwijt kon in Frankrijk waar de verkoop ervan verboden is. Natuurlijk had hij niet te veel vragen bij de aankoop van die beelden en bovendien was hij er verkeerdelijk van uitgegaan dat een gunstige uitslag van de TL-test een garantie voor de authenticiteit was. Wij hebben via een stilistisch onderzoek door meerdere experts en door een onderzoek met de scanner van verschillende beelden, kunnen bewijzen dat het om niet-authentieke stukken ging.

Voor wat betreft de eerste categorie van beelden (beelden van recentere artiesten) komt het probleem voort uit het feit dat ten eerste de artiesten zelf geregeld beelden laten maken in grote oplage en dat er ten tweede geen duidelijke wetgeving bestaat in België. Veel artiesten laten bijvoorbeeld bronzen beelden gieten naar een origineel gipsen model door hen gemaakt.

Épreuves d’artiste

In Frankrijk is bepaald dat een beeld om als origineel beschouwd te worden, in twaalfvoud moet gemaakt worden, waarnaast nog eens “épreuves d’artiste” mogen gemaakt worden. Er moet ook de stempel van de bronsgieterij opstaan, alsook een nummering en het jaar van de geut.

Postume geuten

Ook zogenaamde “postume geuten” zijn gereglementeerd: een decreet uit 1981 bepaalt dat zeventig jaar na het overlijden van de kunstenaar, een bronzen beeld opnieuw mag gegoten worden, maar enkel met het originele gipsmodel als basis. De zo gegoten beelden moeten de stempel “reproduction” dragen.

In België is dit allemaal niet wettelijk geregeld. Er is enkel een soort gewoonterecht ontstaan dat het Franse voorbeeld volgt (mede doordat de fiscus een reglement heeft waarin de Franse wetgeving gevolgd wordt). Het is duidelijk dat in zo’n situatie van “flou artistique” vele wanpraktijken mogelijk zijn.

Dit zijn enkele gebruikte praktijken:

Beelden begraven om ze te verouderen

Eén van de meest gebruikte technieken om een oud patina te bekomen, is het begraven van nieuw gegoten bronzen beelden. Geert Jan Jansen vertelt in zijn boek hoe hij samen met een Franse boer enkele “authentieke” beelden van o.a. DEGAS begraaft in het zand van een eilandje aan een rivier, om enkele maanden later te moeten vaststellen dat de zandbanken bewogen hebben en dat de beelden onvindbaar zijn.

Er wordt ook beweerd dat niemand minder dan MICHELANGELO een antiek beeld zou nagemaakt hebben en het zou begraven hebben om het authentieker te laten lijken.

Aziatische bronsgieters

Zoals ook op andere gebieden, blinkt Azië uit in het namaken van bronzen beelden van grote namen. Enkele details kunnen er wel op wijzen dat het hier om een recente Aziatische kopie gaat: het gewicht (te licht of te zwaar), de kanalen om lucht te laten ontsnappen, die nog niet toegedaan zijn, de patina, …

Originele gietvormen

Soms gebeurt het dat vervalsers de hand kunnen leggen op de originele gietvormen van een belangrijk stuk. Meestal is dit het geval bij het faillissement van een bronsgieterij, die voor een bekend artiest gewerkt heeft, of wanneer zo’n gieterij in financiële problemen geraakt.

Surmoulage

Hierbij trachten ze een kopie op ware grootte van een bekend stuk te verkrijgen. Nogal wat musea verkopen die. Hierover wordt een gietvorm gemaakt (een “surmoulage”) die dan gebruikt wordt om op grote schaal niet-authentieke bronzen beelden te gieten. Soms vergeten ze wel eens dat metaal krimpt bij afkoeling en dan zijn de afmetingen van het beeld dus niet helemaal correct meer.

 


© Copyright by Antiekexpert Karel Waegemans en
Axel Poels 
Hoofdinspecteur van de dienst kunstcriminaliteit van de Federale Politie Brussel

Reageren is niet mogelijk