Bij antiekhandelaars

Antiekhandelaars verkopen geen vervalsingen?

Het is belangrijk te weten dat bij antiekhandelaars heel zelden niet-authentieke belangrijke werken van grote meesters (zoals Van Gogh, Gauguin, Renoir, … ) verkocht worden. Integendeel zelfs, men tracht meestal vervalsingen van minder bekende werken van grote namen, ofwel vervalsingen van recent overleden regionale schilders aan de man te brengen.

Enkele jaren gelden werden een dertigtal vervalste doeken in beslag genomen door de sectie kunstcriminaliteit van artiesten als Maurice Haegemans, Piet Volckaert en Marie Howet. Pikant detail: de verf op sommige doeken was nog niet eens droog!

Dat men het ook lang kan uithouden door B-werken van grote namen te verkopen, bewijst de zaak van de kunsthandelaar Ely Sakhai in New York, die verschillende vervalste werken van Gauguin, Van Gogh, Monet, Renoir, Rembrandt en Maurice de Vlaminck op de markt gebracht heeft.

Zijn systeem was eenvoudig. Hij kocht eerst authentieke werken van grote namen. Hij koos steeds middenklasse ­stukken, die niet te duur waren en vooral niet te bekend. Vervolgens liet hij van die werken een goede kopie maken door ingehuurde kunstenaars (mogelijk in China). Hij liet zelfs de lijsten en merktekens erop namaken. De echtheidscertificaten, die hij soms bij de werken kreeg, haalde hij van de originelen en bevestigde hij op de kopieën.

Daarna verkocht hij de vervalste schilderijen aan nietsvermoedende slachtoffers bij voorkeur in Japan, want daar wordt niet alleen grof geld betaald voor werken van Van Gogh, maar bovendien zijn de experts van westerse kunst en zeker van middelmatige werken van grote namen, dun gezaaid in Azië.

Enkele jaren na de verkoop van de kopie, bracht Sakhai zijn originelen binnen bij Sotheby’s en Christie’s. Hij deed dat zonder de echtheidscertificaten (die hingen immers aan de kopieën), maar hij maakte zich geen zorgen: hij verkocht immers de echte schilderijen.

Zijn handeltje bracht hem een mooie duit op. In 1993 verkocht hij bijvoorbeeld een vervalsing van een werk van Chagall (‘La nappe mauve’) voor 514.000 $ aan een kunsthandelaar uit Tokio. Hijzelf had het originele werk in 1990 bij Christie’s gekocht voor 312.000 $ en verkocht het origineel opnieuw via CHRISTIE’S voor 340.000 $ in 1999. Resultaat: op het origineel had hij zijn investering teruggewonnen (en zelfs nog winst gemaakt) en de 514.000 $ voor het valse schilderij was (bijna) pure winst!

Uiteindelijk is hij door zijn eigen winstbejag genekt. In 2000 kwam immers een vervalsing op de markt van Gaguin’s ‘Vase de fleurs’, die door Sakhai in 1997 aan een Japanse verzamelaar verkocht was. De Japanse verzamelaar bood dit werk bij Christie’s in New York aan. In diezelfde maand bood hij zijn originele ‘Vase de fleurs’ van Gauguin aan via Sotheby’s New York.

De twee veilinghuizen stuurden hun versies naar een Parijse expert, die vaststelde dat de versie van de Japanner vals was. Zonder Sakhai op de hoogte te brengen, werd de valse teruggestuurd naar Japan en werd de echte verkocht door Sotheby’s. De veilinghuizen hadden echter het FBI ingelicht en na een lang onderzoek werd Sakhai op 9 maart 2004 gearresteerd.

Deze voorbeelden bewijzen dat men steeds op zijn hoede moet zijn en dat men niet moet denken dat een werk niet vervalst wordt, omdat het om een regionale schilder gaat of om minder bekend werk van grote namen. Trouwens er is uitzonderlijke voorzichtigheid geboden met grafisch (en dus minder duur) werk van bekende artiesten. Het komt er dus op aan om zich steeds goed te informeren voor elke aankoop, indien men zelf niet zeker is. Wij weten ook wel dat dit niet altijd mogelijk is, bijvoorbeeld op een brocante (zie verder), maar dan moet de afweging gemaakt worden tussen het risico dat het om een niet-authentiek werk gaat en de vraagprijs. Als de prijs niet te hoog is, dan zal de geleden schade ook niet te hoog zijn in het geval het om een niet-authentiek stuk gaat.

Indien de prijs van een kunstwerk laag is, kan dit echter op zich al een indicatie zijn dat het om een niet-authentiek werk gaat. Het blijkt immers dat dit een verkooptechniek is die veel gebruikt wordt om naïeve en minder ervaren kopers om de tuin te leiden. Het gaat er hier om dat de malafide handelaar de vervalsingen verkoopt voor een prijs, die veel hoger is dan hun reële waarde, maar die lager is dan de gangbare prijs voor een gelijkaardig authentiek stuk. Hoewel laag, zijn deze prijzen toch nog hoog genoeg om de illusie te geven aan de gedupeerde koper dat het om een authentiek stuk kan gaan.

Deze techniek heeft verschillende voordelen voor de malafide handelaar:

Lage prijzen en onervaren kunstminnaars

Lage prijzen trekken onervaren kunstminnaars aan. De prijzen zijn laag genoeg om een publiek van onervaren kunstminnaars aan te trekken, dat verleid wordt door de mogelijkheid om voor een redelijke prijs een kunstwerk van een door hen fel bewonderde artiest te bemachtigen. Gezien het gebrek een kennis en het brandende verlangen om een kunstwerk te bezitten van een artiest, die men onbetaalbaar waant, staat de argeloze koper meestal niet argwanend tegenover de authenticiteit van het werk. Meer nog, meestal denkt hij dat hij “een goede zaak” gedaan heeft. Daarom moet niet alleen de onervaren kunstminnaar op zijn hoede zijn, maar ook de beginnende antiekhandelaar. Want ook hij/zij zal opgevreten worden door het verlangen om voor een redelijke prijs een werk van goede artiest op de kop te tikken.

Authentieke stukken zijn duur(der)

De koper zou moeten weten dat men aan zo’n prijs onmogelijk een authentiek stuk kan kopen. Wanneer er toch een probleem opduikt i.v.m. het verkochte werk, kan deze verkooptechniek zelfs als excuus dienen voor de malafide handelaar: hij zal dan trachten de verantwoordelijkheid voor de verkoop van een niet-authentiek stuk af te wentelen op de gedupeerde koper met argumenten als “de koper zou moeten weten dat men aan zo’n prijs onmogelijk een authentiek stuk kan kopen”. De oplichter zal meestal ook gewag maken van “het winstbejag” van de koper en erop wijzen dat deze, verblind door zijn drang om winst te maken, het belang van de authenticiteit uit het oog verloren heeft. Ook hier wordt weer getracht om de verantwoordelijkheid op de argeloze koper af te wentelen, terwijl er eigenlijk maar één persoon is die wel degelijk handelt uit winstbejag, namelijk de verkoper zelf die wetens en willens niet­authentieke stukken verkoopt voor een prij s, die ver boven hun reële waarde ligt.

De gedupeerde twijfelt om klacht in te dienen

Nadat het slachtoffer zich realiseert dat het een waardeloze vervalsing gekocht heeft aan een veel te hoge prijs, maar die toch lager is dan de prijs van een authentiek stuk, ontstaat er meestal een gevoel van gêne en angst om door te gaan voor een domme, onwetende persoon. Daarom wordt vaak geen klacht ingediend.

De relatief lage prijs is struikelblok om gerechtelijke stappen te ondernemen

De relatief lage prijs die betaald werd voor het niet-authentieke stuk, is meestal ook een struikelblok om gerechtelijke stappen te ondernemen. De klant twijfelt om de frauduleuze verkoper voor het gerecht te dagen omdat hij vreest dat gerechtskosten en advocaatkosten veel hoger zullen liggen dan de prijs die hij betaald heeft.

Zo werden een landschap en een tekening van twee kinderen, zogezegd van Khnopff, voor 1.500 € per tekening verkocht, terwijl deze werken respectievelijk ongeveer 8.000 € en 10.000 € waard zijn. De door het slachtoffer betaalde 1.500 €/stuk, is duidelijk veel te veel voor niet-authentieke werken die misschien maar 20 à 50 € waard zijn.


© Copyright by Antiekexpert Karel Waegemans en
Axel Poels 
Hoofdinspecteur van de dienst kunstcriminaliteit van de Federale Politie Brussel

Reageren is niet mogelijk