Relatie opdrachtgever – restaurateur

Het grootste probleem voor een restaurateur is zijn opdrachtgever. Musea en staatsinstellingen zoals het Koninklijk Instituut voor Kunstpatrimonium (KIK) houden zich meestal aan de deontologische code. De privé-verzamelaar en de handelaar hebben dikwijls andere verwachtingen. Vaak willen ze een restauratie volgens een ideaalbeeld of een technisch zo perfect mogelijke hyperrestauratie (= onzichtbaar voor het blote oog), die liefst de financiële waarde van een voorwerp verhoogt. Vaak haalt de commercie de bovenhand tegen alle mooie ethische codes. Bij dergelijke restauratie kan men dus niet meer van een authentiek stuk spreken.

Bij twijfel doe je er best aan de verkoper garanties te vragen (liefst schriftelijk). Indien deze niet kan gegeven worden is het aangeraden om een stilistisch of wetenschappelijk onderzoek te laten uitvoeren. Meestal is de kostprijs van deze onderzoeken een hinderpaal, als de prijs van een kunstwerk niet hoog genoeg is. In dit geval moet de koper beroep doen op zijn gezond verstand en hopen dat de verkoper zich ook houdt aan een zekere deontologie.

Fake or not Fake
of de restauratie van Vlaamse primitieven

Al deze afwegingen en problemen i.v.m. restauratie zijn vorig jaar aan bod gekomen in een tentoonstelling in het Brugse Groeningemuseum, “Fake or not Fake – Het verhaal van de restauratie van de Vlaamse primitieven”. Het was de neerslag van een project waarbij een aantal werken uit het Groeningemuseum, maar ook uit andere Belgische musea, geanalyseerd werden door het “Laboratoire d’études des oeuvres d’art par les méthodes scientifiques” van de UCL, o.l.v. Prof. Dr. Hélène Verougstraete.

Ze kwamen daarbij tot soms onthutsende conclusies. Zo bleek dat bijvoorbeeld twee aan Petrus Christustoegeschreven werken (een Annunciatie en een Geboorte), die in 1983 (voor een groot bedrag) door de stedelijke musea van Brugge aangekocht werden, zodanig gerestaureerd en geretoucheerd waren, dat men bezwaarlijk nog van authentieke stukken kan spreken. Bij één van de twee schilderijen is de signatuur zelfs helemaal niet origineel. De penseelvoering is echter zo virtuoos en de kleurkeuze zo perfect, dat de kopers het verschil niet gezien hebben tussen de twee derde waarvoor de restaurateur verantwoordelijk was en het derde dat door Petrus Christus zelf gemaakt is.

Hieronder een afbeelding van één van de twee werken, (voor een stuk) van de hand van Petrus Christus, nl. “Geboorte” uit 1452

Hierna volgt een verduidelijking van welke zones nog origineel zijn (grijs gekleurd), welke door de restaurateur volledig herschilderd zijn over zeer minieme resten van oude verf (rood gekleurd) en de zones waar de restaurateur hevig geretoucheerd heeft, maar waar het origineel nog zichtbaar is (gearceerd).

De man die bijna perfecte kopies maakte

Tijdens deze tentoonstelling is ook de persoon van Jef Vanderveken (1872-1964) naar voren gekomen als een geniale, maar niet altijd even koosjere restaurateur. Hij werd zeer bekend als de man die een bijna perfecte kopie maakte van het gestolen paneel van het Lam Gods te Gent. Uit de tentoonstelling blijkt echter dat Vanderveken soms veel verder ging dan het louter restaureren van werken. Hij voegde zaken bij, “verbeterde” de werken en maakte er soms niet-authentieke werken van grote namen (zoals Memling) van.

Op het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK) werd een door de Nazi’s geroofd schilderij aangeboden. Het betrof de Heilige Maria-Magdalena (een kopie, toegeschreven aan Memling, van het rechterluik van de beroemde Braque triptiek van Rogier Van Der Weyden uit het Louvre). Dit werk maakte deel uit van de verzameling van een Belgisch bankier, Emile Renders. Sinds het einde van de oorlog was het schilderij spoorloos.

De Rendersverzameling werd aanzien als één van de voornaamste privé-verzamelingen van Vlaamse Primitieven in België. De collectie werd voor het eerst tentoongesteld in het Burlington House te Londen in 1927. Renders, een welvarende bankier, bouwde tijdens de jaren dertig eveneens een reputatie op als deskundige van de 15de-eeuwse Vlaamse schilderkunst. Hij publiceerde over de kunst van Jan en Hubert Van Eyck, Rogier Van Der Weyden en de Meester Van Flemalle.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden niet enkel kunstwerken geroofd maar bloeide, voornamelijk in West-Europa, een belangrijke kunsthandel op. Bloeiende Joodse antiekzaken werden “overgenomen” door louche handelaars. Hierdoor kon de onverzadigbare honger naar kunstwerken van Göring gestild worden. Renders wist gebruik te maken van deze situatie. Hij verkocht, na maandenlange onderhandelingen, in 1940 en 1941 zijn volledige collectie van 20 schilderijen van ‘Vlaamse Primitieven’, waaronder de Maria­ Magdalena, aan Göring. Gesterkt door het oordeel van de grote specialisten van zijn tijd, liet de Nazileider zich de das omdoen door de verzamelaar die een tegenwaarde van 11 miljoen toenmalige Belgische franken in goudstaven eiste.

Een deel van de schilderijen kwam in zijn woning Karinhall terecht, een ander deel ruilde en verkocht hij tijdens de oorlogsjaren. Eén van de spilfiguren van de transactie Göring-Rendèrs was Alois Miedl, zijn vertrouwensman die in Amsterdam de Joodse kunsthandel Goudstikker in bezit genomen had.

Na de Bevrijding werd de restitutie van de Rendersverzameling de topprioriteit van de Dienst voor Economische Recuperatie, bevoegd voor de internationale recuperatie van goederen aan de Belgische Staat ontnomen. Ongeveer de helft van de Rendersverzameling werd gerecupereerd en wordt tot op heden bewaard in Brussel, Doornik, Brugge en Antwerpen. Twee schilderijen van de verzameling werden door de Belgische Staat verkocht. Maar de andere helft van de schilderijen bleef onvindbaar. Ze worden internationaal gezocht en gesignaleerd als verdwenen eigendom van België. De speurtochten liepen van Spanje tot de Verenigde Staten van Amerika en waren gebaseerd op ondervragingen van de betrokkenen. Alois Miedl werd in 1946 in Spanje gesignaleerd met een deel van de ontbrekende Rendersverzameling, waartoe het paneel Maria-Magdalena behoorde.

Intussen, spande Renders in België een proceszaak aan tegen de Belgische Staat, waarbij hij beweerde niet betaald te zijn voor zijn verkochte verzameling. Hij viel door de mand toen bezwarende gegevens werden teruggevonden.

Toeval wil nu dat twee privé-verzamelaars uit Scandinavië in 2004 bij het KIK komen aankloppen voor een expertise van een schilderij van Maria-Magdalena, toegeschreven aan Memling. Een eerste onderzoek maakte al snel duidelijk dat het om het vermiste werk uit de Renderscollectie ging. Blijkbaar had Alois MIEDL het paneel Maria­-Magdalena tijdens de jaren zestig verkocht aan een Scandinavische verzamelaar, die hij vanzelfsprekend in het ongewisse liet over de authenticiteit en het oorlogsverleden van het kunstwerk.

Bij het overlijden van deze verzamelaar, hadden zijn kinderen besloten een deel van zijn collectie te verkopen, maar niet zonder een grondige expertise. Gezien de wereldfaam op het vlak van expertise van het werk van Memling, kwamen zij bij het KIK terecht. Groot was dan ook hun verbazing toen ze te horen kregen dat ze het schilderij niet mee terug konden nemen, want dat het hier ging om Belgisch staatseigendom.

Nog groter was ieders verbazing, wanneer het KIK de uitslag van hun wetenschappelijke expertise bekendmaakte: het werk bleek niet­ authentiek! Blijkbaar ging het om een origineel werk uit de tijd van Memling, dat in 1920 gekocht werd door Renders, maar zich in een lamentabele materiële toestand bevond. Renders liet het «restaureren» door … Vanderveken, die de originele verflaag bijna volledig weghaalde en er een nieuwe “authentieke” MEMLING opschilderde. De geslaagde gedaanteverandering zorgde ervoor dat het werk als een MEMLING te Londen in 1927 in de Exhibition of Flemish and Belgian Art werd tentoongesteld.

Sinds deze zaak en de tentoonstelling “Fake or not fake”, komen er nog andere meesterwerken boven water die door Vanderveken zouden gemaakt zijn. Zo zou hij samen met zijn schoonzoon, Albert PHILLIPOT, een Portret van een jonge man van Botticelli gemaakt hebben, dat in 1933 voor een fortuin door de National Galeries of Scotland gekocht werd.

 

 


© Copyright by Antiekexpert Karel Waegemans en
Axel Poels 
Hoofdinspecteur van de dienst kunstcriminaliteit van de Federale Politie Brussel

Reageren is niet mogelijk