Terminologie

Terminologie bij kunstvervalsingen

Kopie, reproductie, pastiche,

… zoveel woorden, die allen een andere lading dekken, maar die door elkaar gebruikt worden. Daar komt nog bij dat het begrip “authenticiteit” zelf, moeilijk te definiëren is. Er zijn al liters inkt gevloeid over de vraag “wanneer is een werk echt authentiek van de hand van de meester zelf?” Ontelbare kunsthistorici met tegenstrijdige opinies hierover, hebben elkaar al naar het leven gestaan, wanneer dit vraagstuk ter sprake komt.

Wanneer is een kunstwerk authentiek?

Soms wordt beweerd dat er geen verschil is tussen een authentiek kunstwerk en een vervalsing. Zowel het authentieke werk, als de vervalsing het werk is van een kunstenaar en als dusdanig waardevol.

Echt getalenteerde vervalsers, maken werken die even goed of vaak beter zijn dan het origineel. Denk maar aan de Nederlandse meester-vervalser Geert Jan JANSEN die werken in de stijl van Karel APPEL, uit de Cobraperiode, vervalste. Tientallen werken door JANSEN gemaakt werden door APPEL herkend als zijnde werk van zijn hand

De vervalser Real LESSARD, maakt in 1958 een portret van een jonge vrouw in de stijl van Kees VAN DONGEN. De bekende Franse oplichter en kunsthandelaar Femand LEGRAS, trekt er mee naar Kees VAN DONGEN, die het herkent als één van de vele vrouwenportretten die hij zelf geschilderd heeft en zelfs zo vriendelijk is het te signeren.

In de oudheid en het Oude Egypte is de kunstenaar niet belangrijk. Bovendien werd het kopiëren van meesterwerken van voorgangers, gezien als een eerbetoon. Het is pas vanaf de Renaissance dat de kunstenaars hun werk signeren en opkomen voor de individualiteit van hun werk. Voorheen was een kunstenaar een ambachtsman. Zijn werk als dusdanig werd wel geapprecieerd, maar als persoon kwam hij niet op de voorgrond.

Toch blijft het ook na de 15de eeuw niet altijd gemakkelijk om een naam te plakken op een kunstwerk. Gekende voorbeelden zijn de grote ateliers van BREUGHEL en RUBENS, waarbij het niet altijd duidelijk is of een werk door de meester zelf, door de meester samen met een leerling of door een leerling alleen gemaakt is.

Bij RUBENS hanteert men nu dan ook vijf categorieën:

  • Volledig eigenhandige werken
    zoals “De drie gratiën” (Madrid, Prado) en de “Aanbidding der koningen (Antwerpen, KMSKA)
  • Werken van Rubens in samenwerking met een andere schilder,
    bijvoorbeeld “Madonna in een bloemenkrans” (München, Alte Pinakothek), dat samen met Jan BREUGHEL gemaakt werd
  • Door de meester geretoucheerde atelierstukken,
    zoals “Bekering van St-Bavo” (Gent, St – Baafskathedraal)
  • Atelierstukken waarbij de meester niet eigenhandig betrokken was,
    zoals negen portretten, geschilderd door Balthasar MORETUS (Antwerpen, Museum Plantin Moretus)
  • De kopieën die buiten Rubens’ atelier zijn ontstaan, in de Zeventiende eeuw of later.
    Een voorbeeld hiervan zou “De Madonna met de rozenkrans” zijn, die in Luik in 2003 herontdekt is.

Het grote probleem is dat iedere definitie van authenticiteit tijdsgebonden is en dus varieert naargelang de sociale organisatie en geldende conventies van de wereld van kunst en antiek op een bepaald moment in een bepaald land.

Voor LESSING ligt de authenticiteit van een werk in de artistieke vernieuwing die het belichaamt en in het feit dat het een uiting is van een totale artistieke productie van één kunstenaar of van een school en niet alleen beperkt blijft tot een éénmalige “artistieke” (re )productie.

Het authentieke werk is dan het kunstwerk dat door de artiest zelf geconcipieerd werd en dat een reflectie vormt van zijn persoonlijke interpretatie en opvatting van het weergegeven onderwerp .

In veilingcatalogi vinden we een specifieke terminologie terug, die in België meestal (lichtelijk) varieert en die in sommige veilingcatalogi bij aanvang duidelijk uitgelegd wordt (bijvoorbeeld in de catalogi van het veilinghuis HORTA).

Het gaat daarbij meestal om de volgende mogelijkheden:

  • Pieter Paul Rubens:
    Een werk van de hand van de meester zelf, de hoogste categorie van authenticiteit
  • Toegeschreven aan Rubens:
    Waarschijnlijk gemaakt door Rubens, hetzij gedeeltelijk, hetzij volledig
  • Atelier van Rubens:
    Een werk uit het atelier van RUBENS, maar niet noodzakelijk onder zijn leiding
  • Omgeving van Rubens:
    Een werk uit de periode van RUBENS, gemaakt onder zijn directe invloed
  • Navolger van Rubens:
    Een werk van een kunstenaar die gewerkt heeft in de stijl van Rubens, in dezelfde tijd, of bijna dezelfde tijd, maar niet noodzakelijkerwijs zijn leerling
  • Manier van Rubens:
    Een werk in een stijl die verwant is met Rubens, maar gemaakt op een latere datum
  • Naar Rubens:
    een kopie van een gekend werk van Rubens
  • Signatuur/datum:
    Handtekening en/of datum door Rubens zelf aangebracht
  • Draagt signatuur/datum:
    Iemand anders dan Rubens heeft de naam en/of de datum op het doek aangebracht

What’s in a name?

Zoals boven al uiteengezet, worden de termen kopie, replica en pastiche kwistig door elkaar gebruikt in de literatuur, waarbij er soms tegenstrijdige definities gehanteerd worden.

Wij weerhouden volgende omschrijvingen:

Replica

De herneming van een eerder gemaakt werk door de kunstenaar zelf, hetzij om tegemoet te komen aan een bijkomende bestelling, hetzij uit obsessie voor eenzelfde onderwerp. De replica kan volledig identiek zijn, maar kan ook verschillen vertonen met het initieel gemaakte werk. Een voorbeeld van een werk dat in veelvoud gemaakt werd door de artiest zelf is: “La mort de Marat” door DAVID.

Kopie

De (al dan niet) getrouwe imitatie van een kunstwerk door derden. Het kan hierbij gaan om atelierkopies, gemaakt door de leerlingen van de meester (sommigen aanzien dit ook als replica’s), om latere studies gemaakt door leerlingen van de academie of zelfs om interpretaties door bekende kunstenaars (een voorbeeld van dit laatste is het eerbetoon van DELACROIX aan RUBENS)

Pastiche

Is een werk dat de stijl en de onderwerpen imiteert van een kunstenaar, van een school of van een bepaalde periode. Het gaat daarbij niet om directe kopieën van bestaand werk, maar om samenstellingen van elementen uit diverse bestaande werken tot een geheel dat klopt met de stijl en “de hand van de schilder” .

Reproductie of facsimile:

Dit is een speciale vorm van de kopie die bekomen wordt door een mechanisch of fotografisch procédé (seriegrafieën, offsetlithografieën, … ). Een goed voorbeeld hiervan zijn de affiches, die we in iedere museumshop kunnen kopen en die op verschillende formaten de tentoongestelde schilderijen hernemen.

Namaak & vervalsingen

Sommige auteurs maken nog eens onderscheid tussen namaak (kopieën, vrije vervalsingen en pastiches) en vervalsingen (toevoegen van elementen op een reeds bestaand werk. Wanneer men voor ogen houdt dat er pas kan gesproken worden van strafrechtelijke inbreuken, wanneer niet-authentieke (en door de artiest niet­ erkende) stukken bedrieglijk aangeboden worden als zijnde authentieke, dan wordt dit onderscheid overbodig. Immers, of het nu kopieën, pastiches of naderhand bewerkte kunstwerken zijn, maakt niet uit, zolang de antiekhandelaar maar eerlijk genoeg is om ze als dusdanig te verkopen.

Trouwens zoals boven al uiteengezet kan in deze de term namaak volgens ons maar gebruikt worden in het licht van het auteursrecht, waar hij geduid wordt als kwaadwillig of bedrieglijke inbreuk plegen op het auteursrecht en de naburige rechten (en men van “namaking” spreekt i.p.v. “namaak”).

Om zich niet te laten vangen is het wel nodig dat de koper er zich van bewust is dat al deze afgeleiden van het authentieke werk bestaan en dat er soms ook geknoeid wordt met bestaande authentieke stukken, die dan een toevoeging krijgen van niet-authentieke signaturen, stempels, blazoenen, dateringen, … maar ook kunstmatig verouderd worden door imitatie van het craquelé, patina, wormstekigheid of sleet.

Deze laatste ingrepen gebeuren niet altijd met de bedoeling de argeloze koper te bedriegen. Ze kunnen ook aangewend worden bij de restauratie van een werk. Soms kan men zich echter de vraag stellen of een gerestaureerd werk wel nog authentiek is.


© Copyright by Antiekexpert Karel Waegemans en
Axel Poels 
Hoofdinspecteur van de dienst kunstcriminaliteit van de Federale Politie Brussel

Reageren is niet mogelijk